Varkenshouder

SDa-benchmark antibioticumgebruik varkenssector

Het SDa-expertpanel heeft benchmarkwaarden vastgesteld voor zeugen/zuigende biggen, gespeende biggen en vleesvarkens. Afhankelijk van de aanwezige dieren kunnen varkenshouders per bedrijf met meerdere, maximaal drie, benchmarks te maken krijgen. Per 1 januari 2017 zijn de benchmarkwaarden voor zeugen/zuigende biggen, gespeende biggen en vleesvarkens definitief.

Om deze drie diercategorieën mogelijk te maken registeren dierenartsen al sinds 1 januari 2015 de afleverregels specifiek voor deze drie diercategorieën. Daarnaast is de berekening van de dierdagdosering per bedrijf, DDDAF (in het verleden DDD/J), op een aantal punten aangepast om dit getal nog beter aan te laten sluiten bij de praktijksituatie op de bedrijven. In de nieuwe systematiek wordt gerekend op basis van werkelijke aanwezige dieraantallen. Deze aantallen worden vastgelegd tijdens de jaarlijkse IKB controle. Voorheen werd er o.a. gerekend met een standaard gewicht per zeug, hierin was o.a. een vaste hoeveelheid biggen en gelten verrekend. In de nieuwe systematiek worden biggen en gelten apart geregistreerd en meegerekend, waarbij de gelten worden toegerekend aan de diercategorie vleesvarkens. Een overzicht van de toegepaste gemiddelde gewichten vindt u hier.

   Benchmarkwaarden 

Het SDa-expertpanel heeft de volgende benchmarkwaarden vastgesteld. De signalerings- en  actiewaarden zijn voor de diverse diercategorieën als volgt: zeugen/(zuigende) biggen (resp. 10 en 20 DDDAF), speenbiggen (resp. 20 en 40 DDDAF) en vleesvarkens (resp. 10 en 12 DDDAF ). De waarden markeren onderstaande streef-, signalerings- en actiegebieden:

 

 

De benchmarkwaarden voor de gespeende biggen zijn van kracht vanaf 1 januari 2017. Dat wil zeggen dat varkenshouders het antibioticumgebruik voor gespeende biggen kunnen spiegelen aan het gebruik van collega’s bij deze leeftijdsgroep. De SDa heeft in haar rapportage in het voorjaar van 2016 - over het antibioticumgebruik in 2015- voor het eerst gerapporteerd over deze drie diercategorieën.

Herijking benchmarkwaarden alle diersectoren eind 2015 

De benchmarkwaarden die sinds 2011 door het expertpanel zijn vastgesteld zijn gestoeld op de grote verschillen in antibioticagebruik bij veehouders met hetzelfde bedrijfstype. Het SDa-expertpanel heeft zich georiënteerd op een  onderbouwing van benchmarkwaarden voor antibioticumgebruik in de dierhouderij op basis van het voorkomen van resistente micro-organismen en resistentie ontwikkeling. De uitkomsten van dit onderzoek zijn weergegeven in het rapport 'Relaties tussen antibioticagebruik en voorkomen van resistente micro-organismen'. Het onderzoek heeft echter niet geleid tot handvatten om de benchmarkwaarden te herijken.

Registratie diergeneesmiddelen

Varkenshouders kunnen het antibioticagebruik op hun bedrijf registreren via de private kwaliteitssystemen waarbinnen ze produceren. Hierdoor ontstaat er een helder beeld van de eigen prestatie en het behalen van de gestelde reductiedoelstellingen door de varkenshouderij. De SDa vraagt deze gegevens op, beoordeelt de kwaliteit en voert analyses uit. De uitkomst van deze analyse wordt gerapporteerd aan de diersectoren en de overheid. Op basis van de gebruiksgegevens stelt de SDa benchmarkindicatoren vast voor dierhouders. Dierhouders in het signalerings- en actieniveau dienen in overleg met hun dierenarts maatregelen te nemen om het antibioticumgebruik op het bedrijf structureel te verlagen. Om dit beleid te ondersteunen zijn private kwaliteitssystemen verbetertrajecten gestart. Meer over de SDa-aanpak en de verbetertrajecten leest u in de 4de SDa-Signalering.

Kritische middelen

Antibiotica die als laatste redmiddel worden ingezet in de humane gezondheidszorg verdienen bijzondere aandacht. Deze antibiotica zijn het meest recent ontwikkeld en micro-organismen hebben hier meestal nog geen resistentie tegen ontwikkeld. Daarom kunnen ze levensreddend zijn voor patiënten met een infectie die niet reageert op behandeling met oudere antibioticasoorten. Het is van groot belang dat deze middelen zorgvuldig en beperkt worden toegepast, zodat de werkzaamheid lang bewaard blijft.

De SDa heeft besloten dat de streefwaarde voor de derde-keuze middelen 0 DDD/J is. Dit geldt voor alle diersectoren. Meer over dit besluit en het gebruik van deze middelen leest u in de SDa-rapportage ‘Het gebruik van fluorochinolonen en de derde en vierde generatie cefalosporines in landbouwhuisdieren’ en de SDa-rapportage ‘Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2012’.
De SDa gaat er van uit dat het aantal bedrijven met nul-gebruik van deze middelen verder zullen toenemen.

Plan van aanpak

Op basis van de normen van het SDa-expertpanel kunt u in overleg met uw dierenarts een plan van aanpak formuleren om de reductiedoelstelling te behalen en het gebruik van kritische middelen onder de loep te nemen. Het strekt tot aanbeveling om ook uw andere bedrijfsadviseurs hierbij te betrekken.