Veelgestelde vragen

De benchmarkwaarde is een grenswaarde voor antibioticumgebruik. Het SDa-expertpanel stelt twee grenswaarden, c.q. benchmarkwaarden vast: een signaleringswaarde en een actiewaarde. Deze twee waarden markeren drie benchmarkgebieden: 

1. het streefgebied, is gelijk aan of lager dan de signaleringswaarde. Bij een antibioticumgebruik (uitgedrukt in DDD/J) in dit gebied zijn geen directe aanpassingen of maatregelen nodig. 

2. het signaleringsgebied, boven de signaleringswaarde maar onder - of gelijk aan- de actiewaarde. Bij een antibioticumgebruik (uitgedrukt in DDD/J) in dit gebied verdient het antibioticumgebruik op het bedrijf nadere aandacht en wellicht zijn maatregelen nodig.

3. actiegebied, boven de actiewaarde. Bij een antibioticumgebruik (uitgedrukt in DDD/J) in dit gebied dient de dierhouder directe maatregelen te treffen om het antibioticumgebruik op het bedrijf snel te verlagen.

Het SDa-expertpanel stel benchmarkwaarden vast per diersoort en bedrijfstype. 

De “Defined Daily Dose Animal” over het gebruik van antibiotica op een bedrijf (DDDAF ) wordt berekend als de som van de behandelde kilogrammen dieren op een bedrijf aanwezig over een jaar gemiddeld aantal kilogrammen dieren op een bedrijf aanwezig. Deze maat geeft het gebruik weer op bedrijfsniveau en wordt gebruikt om een bedrijf te benchmarken.
Deze maat wordt sinds 2011 door de SDa gehanteerd. Meer details over de berekening vind u in de Standard Operating Procedure (SOP) ’Berekening van de DDD/J voor antimicrobiële middelen.).

De SDa-benchmarkwaarden worden weergegeven in DDDAF en geven per dierhouderijbedrijf aan hoeveel dagen per jaar een gemiddeld aanwezig dier antibiotica krijgt toegediend. Als een dierhouderij bijvoorbeeld een DDDAF van 5 heeft, dan krijgt een gemiddeld dier op jaarbasis vijf dagen antibiotica toegediend. Op een aantal bedrijven zijn echter meerdere productieronden per jaar, bijvoorbeeld in de vleeskalver-, vleeskuiken- en vleesvarkenhouderij. In dat geval houdt een DDDAF van 5 in dat er per dierplaats vijf dagen per jaar antibiotica toegediend is. De blootstelling van het individuele dier kan op zulke bedrijven daarom aanmerkelijk lager zijn dan vijf dagen.
De SDa visualiseert per sector het streef-, signalerings- en actiegebied in een ‘stoplichtmodel’ met licht op groen, oranje, of rood.

Het SDa-expertpanel heeft in 2014 in haar rapporten het Nederlandse begrip ‘dagdoseringen per dierjaar' (DDD/J) vervangen door de term DDDAF: “Defined Daily Dose Animal” per bedrijf per jaar. Dit in aansluiting op de internationale terminologie.
Ook hanteert het SDa-expertpanel in de rapportage over het antibioticumgebruik in 2013 het begrip DDDANAT  “Defined Daily Dose Animal” National, dat het gebruik van antibiotica in een sector over het gehele land weergeeft. Deze maat wordt ook gehanteerd in verband met de internationale vergelijkbaarheid. De DDDANAT kan uit de DDDAF worden berekend door de gemiddelde DDDAF te berekenen, gewogen naar het aantal kilogrammen dier.

Antibiotica die van kritisch belang zijn voor de volksgezondheid, de zgn. 'kritische of 'derde-keuze- middelen' zijn die antibiotica die levensreddend kunnen zijn bij de bestrijding van bacteriele infecties in de humane geneeskunde. Het zijn veelal relatief nieuwe middelen, die nog ingezet kunnen worden in het geval dat oudere antibiotica niet (meer) aanslaan.

Per 1 januari 2013 zijn dierenartsen wettelijk verplicht om voorafgaand aan het voorschrijven van een derde-keuze -middel een bacteriologisch onderzoek met gevoeligheidsbepaling uit te voeren. De derde-keuze antimicrobiële middelen moeten zo beperkt mogelijk ingezet worden. Ze mogen alleenworden  voorgeschreven bij individuele dieren (geen koppelbehandeling) nadat op basis van bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidsbepaling is gebleken, dat eerste en tweede keuze antimicrobiële middelen niet werkzaam zijn en derde keuze middelen wel.

Voorbeelden van deze kritische middelen zijn quinolonen (zoals enrofloxacin, difloxacin, marbofloxacin, danofloxacin) enderde en vierde generatie cefalosporinen (zoals cefoperazone, ceftiofur, cefquinome, cefovecin).

Klik hier voor de volledige lijst van alle antibiotica die van kritisch belang zijn voor de volksgezondheid.

Resultaten analyses SDa-expertpanel van gebruik van middelen met kritisch belang voor de volksgezondheid leest u hier.

Voor de berekening van de dagdosering per dierjaar op een dierhouderijbedrijf dient u de hoeveelheid antibiotica die u heeft ingezet in een jaar, om te rekenen naar het aantal kg dier dat u daarmee kunt behandelen. Dit getal dient u vervolgens te delen door het aantal aanwezige kg dier in datzelfde jaar. De uitkomst van deze berekening is de dagdosering per dierjaar op uw bedrijf.

De SDa heeft de  berekening van de DDDAF (voorheen DDD/J) in de sectoren rundvee, vleeskalveren, varkens en pluimvee beschreven in een Standard Operating Procedure. Het doel van deze Standard Operating Procedure (SOP) is de eenduidige  vastlegging van de methode tot berekening van de DDD/J voor antimicrobiële middelen door de SDa.  De volledige  Standard Operating Procedure vindt u hier.

Voor de uitvoering van deze berekening kunt u gebruikmaken van verschillende rekenprogramma's, waaronder de 'Antibioticawijzer’ van het LEI.  Ga hiervoor naar www.antibioticawijzer.nl.

Bij de oprichting van de SDa is overeengekomen dat de sectoren verantwoordelijk zijn voor hun eigen verbetertajecten wanneer het antibioticumgebruiks- of voorschrijfniveau zich in het signalerings- of actiegebied bevindt. De SDa verwacht van de sectoren een proactieve benadering van dierhouder en dierenarts, waarbij o.a. door aanpassing van bedrijfsbehandelplannen,  het antibioticumgebruik vermindert tot een verantwoord niveau. Inmiddels hebben alle diersectoren stappen genomen voor de implementatie van dergelijke verbetertrajecten om veelgebruikers te kunnen corrigeren. U leest meer over deze verbetertrajecten in de vierde SDa- Signalering.

Ook hebben de productschappen overeenkomsten gesloten met de NVWA. In deze overeenkomsten is vastgelegd dat de NVWA periodiek inzage krijgt in de individuele gegevens van ‘structurele veelgebruikers’. Een 'gegeven' wordt in deze overeenkomst gedefinieerd als een op grond van de verordeningen geregistreerd gegeven met betrekking tot het diergeneesmiddelengebruik van een dierhouder of zijn dierenarts.

Structurele veelgebruikers zijn binnen deze regeling gedefinieerd als veehouderijbedrijven waarvan het antibioticumgebruik zich op drie achtereenvolgende meetmomenten in het actieniveau bevindt. Genoemde meetmomenten zijn opgenomen in tabel 1 van de vierde SDa-Signalering.

De SDa constateert dat de overdracht van deze individuele gegevens de NVWA in staat stelt een risicogerichte bedrijfsanalyse uit te voeren Daarom ziet de SDa de totstandkoming van deze overeenkomsten als een belangrijke stap om tot een sluitend systeem te komen.

Het SDa-expertpanel rapporteert haar analyses van het antibioticumgebruik aan de betreffende private kwaliteitssystemen. De private kwaliteitssystemen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de verbetertrajecten voor dierhouders en dierenartsen die zich in het signalerings- of actieniveau bevinden.

Het sectorale kwaliteitssysteem (IKB, SKV, etc.) koppelt deze gegevens aan u terug en vergelijkt deze met de door de SDa opgestelde streefwaarden. In het geval van sterk verhoogd gebruik dient u met uw dierenarts of medewerker van het kwaliteitssysteem maatregelen te nemen om het gebruik snel te verlagen.

De eerst aangewezene om vragen over het antibioticumgebruik op uw dierhouderij te bespreken zijn uw eigen dierenarts en/of het kwaliteitssysteem (IKV, SKV, etc.) waaraan u deelneemt.

Neen. De private kwaliteitssystemen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van de gebruiksgegevens, de terugkoppeling van de gebruiksgetallen en de uitvoering van de verbetertrajecten voor dierhouders en dierenartsen die systematisch veel antibiotica toepassen.

De indicatoren voor 2015 zullen medio 2015 (mei/juni) bekend worden. 

 

 

Neen, op dit moment nog niet. De SDa is voornemens het aantal diersoorten uit te breiden en de benchmarksystematiek nader te specificeren, te differentiëren en bij te stellen.

A. Uit analyses van gegevens blijkt dat bij een klein aantal bedrijven de benchmarkwaarden, zoals de SDa die vastgesteld heeft, niet volledig aansluiten. De varkens- en rundveesector heeft dit ook aanhangig gemaakt bij de SDa en inmiddels vinden hierover gesprekken plaats met een afvaardiging van de sectoren.

Om te bepalen op welke bedrijven de NVWA een inspectie wil gaan uitvoeren analyseert de NVWA eerst alle beschikbare bedrijfsgegevens. Antibioticumgebruik is slechts een van de criteria die in deze zgn. ‘risico-analyse’ wordt meegenomen. De inspecteurs van de NVWA zijn op de hoogte dat de gehanteerde bedrijfsindeling van de SDa in de praktijk beperkingen heeft en houden daar bij een inspectie rekening mee. De NVWA beoordeelt ter plaatse of het hoge antibioticagebruik kan worden verklaard door de opgetreden infecties. Als er een goede verklaring is waarom het gebruik tijdelijk hoger is, dan treedt de NVWA niet handhavend op.

De “Defined Daily Dose Animal” over het nationale gebruik van antibiotica in het land (DDDANAT) wordt berekend als de som van de behandelbare kilogrammen in een diersector over een jaar / gemiddeld aantal kilogrammen dier in een diersector aanwezig.

Deze maat is om het gebruik per diersoort in kaart te brengen, op sectorniveau,onafhankelijk van bedrijfstypen en bedrijfsindelingen en wordt ook andere landen gehanteerd. De maat is vergelijkbaar met de humane maat van DDD per 1000 mensdagen en daarin om te rekenen door *1000/365.

De dimensie van deze maat is DDDA/dierjaar (of DDDA/1000 dierdagen).

 

In deze animatie zie je hoe je verspreiding kunt voorkomen van resistente bacteriën.